De kortste column van deze website

Omdat we in de kerk al genoeg woorden gebruiken, is dit de kortste column van deze website. Zo houdt u tijd over voor dat wat er echt toe doet: Het volgen van Christus.

Hoe u dat doet, mag u hier naar mailen.

De Bloemenkoning

Bloemen

Al voor ze getrouwd waren was hij er mee begonnen: iedere vrijdag nam hij bloemen voor haar mee. Omdat hij zoveel van haar houdt.

Na zeven jaar huwelijk (natuurlijk een bijbels getal) had hij haar dus al meer dan 364 bossen cadeau gedaan. Maar het onvermijdelijke gebeurde... Ondanks dat hij zoveel van haar houdt.

Op een vrijdag was hij laat. De bloemenkraam gesloten. Hij verscheen met lege handen bij zijn vrouw. Verbaasd keek ze hem aan.

Zij: ‘Geen bloemen vandaag?’
Hij: ‘Nee, helaas. Maar gelukkig zijn die van vorige week nog mooi.’
Zij: ‘Hou je niet meer van me?’

Vanaf dat moment nam hij geen bloemen meer voor haar mee. ‘Want’, zei hij, ‘liefde hangt niet af van bloemen. Ook zonder bloemen hou ik van jou. En dat zal ik je laten merken!’ Vanaf toen deed hij iedere week iets anders: soms een gedicht, dan een knuffel, de ene week bloemen, dan lekker eten (enz., maar vult u dat zelf in).

Zo kan het ook gaan in de kerk. Bepaalde vormen hebben we gekregen. Omdat God zoveel van ons houdt. Bepaalde vormen hebben we in het verleden gekozen. Omdat we zoveel van God houden. Maar als de sleur er in sluipt, kan de vorm de plaats van de liefde innemen.

Bijvoorbeeld:

Al jaren geleden zijn we er mee begonnen: iedere zondag lezen we de wet. Omdat we zoveel van God houden.

Na zeven decennia hadden we dus al oneindig vaak de wet gelezen. Maar op een zondag gebeurde het onvermijdelijke...

De dominee vergat de wet te lezen (en de ouderling van dienst lag te dutten). Verbaasd keken de kerkleden elkaar aan.

Zij: ‘Geen wet vandaag?’
Hij: ‘Nee, helaas, glad vergeten. Maar gelukkig weet je hem nog van vorige week.’
Zij: ‘Hou je nog wel van God?’

Vanaf dat moment las hij nog nauwelijks de wet. ‘Want’, zei hij, ‘liefde hangt niet af van de wet. Ook zonder wet hou ik van God. En dat zal ik Hem laten merken!’ Vanaf toen deed hij iedere week iets anders: soms een gedicht, dan een bijbeltekst, de ene week de wet, dan een mooi lied (enz., vult u dat zelf in).

Moraal: (vrij naar 1. Kor. 13)
Al gebruikte ik alle vormen, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.

De Bloemenkoning

 

Het koord

Heeft u het roze/paarse koord al gezien. Nee? Dan wordt het hoog tijd de middagdienst te bezoeken. Mijn eerste reactie was er één van: oei, politielint, toch niet iets ergs gebeurd bij de Mahanaim gemeente. Maar nee, gelukkig niet.
Blijkt dat het maximum aantal deelnemers voor de middagdienst beperkt is tot de middenzitplaatsen, zeg maar de VIP lounch. De meest betalenden mogen achteraan en hebben meer beenruimte, de rest moet maar naar voren komen (schande toch …). Wie niet betaald wordt niet geacht ’s middags te komen. De OvD (Ouderling van Dienst) zorgt voor strikte naleving van deze regel. Dit heeft al heel wat teleurstellende reacties teweeg gebracht. Of toch niet?
Maar dat touw, ben benieuwd of er nog meer kleuren beschikbaar zijn zodat straks de achterste rijen ook op slot kunnen en de dominee geen verrekijker nodig heeft om zijn publiek in de ogen te kunnen kijken. Scheelt toch ook in tijd voor de koster om de zaal schoon te krijgen. Tijd is geld, we hebben dus gelijk een besparing te pakken omdat de koster minder uren nodig heeft.
Maar het touw werkt ook beklemmend, je wordt in kaders gedwongen terwijl we toch juist onze grenzen willen verruimen. Het werkt ook niet echt uitnodigend voor gasten en niet eens op je standaard plekje kunnen zitten.
Het touw lijkt echter niet op het touw dat nu al een paar maal voor in de kerk heeft gehangen, maar dan verticaal. Op deze wijze laat onze ‘leermeester’ zien hoe hij aan zijn leermateriaal komt. Van zijn grote Leermeester dus. Maar ja, als de leerlingen nu net spijbelen bij zijn lessen dan ……..
Onze leermeester lijkt wel een roepende in de Lichtbronwoestijn. Maar zoals gezegd onze leermeester heeft zijn eigen Leermeester, hij spreekt namens … Hoe kunnen we daar nu voor weg blijven. Jaap, je raakte het punt van heimwee en verlangen, maar waar naar toe ……. Verlangen naar God loven …….. Of vinden we het wel goed. Is ons aardse huis belangrijker.
Maar ik heb een voorstel, laten we gelijktijdig met het stemmen op ambtsdragers een briefje invullen voor of tegen de middagdienst. Meeste stemmen tellen, maar dan er ook allemaal aan houden als we er toch van overtuigd zijn van de middagdienst. Misschien ruimte op het briefje voor goede tips, bijvoorbeeld interactie tussen leermeester en leerling tijdens de middagdienst. De kerkenraad beloofd in ieder geval dat de OvD middags niet meer zal selecteren bij binnenkomst, plaatsen zijn dan weer vrij. Kunnen de kinderen het koord weer gebruiken waarvoor het is bedoelt, touwtje springen…..

De Koorddanser
Lelystad, 16 november 2011

Wat zal Jezus doen?

Er zit een tollenaar in een boom. Rijk geworden door van anderen te stelen. Wat zal Jezus doen? Hij komt langs. Gaat met de man mee naar huis. De man verandert: in plaats van meer geld te willen, gaat hij geld weggeven!

Er zit een schriftgeleerde op een paard, op weg naar Damascus, om de jonge gemeente te vervolgen. Wat zal Jezus doen? Hij komt langs. Laat zich zien. De man verandert: in plaats van de vervolgen, wordt hij prediker!

Er zit een gemeente in een kerk. Bij verschil van mening wordt er gesproken en gescheurd. Wat zal Jezus doen? Hij komt langs. De kerk verandert: hoe? Dat mag je zelf invullen. Reacties zijn welkom!

De Bloemenkoning
debloemenkoningVERWIJDEREN@hotmail.com

De kamerling uit Ethiopië

De kamerling uit Ethiopië snapt er de ballen van. Peinzend staart hij in de boekrol. Over wie gaat deze tekst? Plotseling klinkt er een stem van naast de wagen: ‘Verstaat gij wat gij leest?’ Filippus neemt plaats en verkondigt hem Christus: een Lam, geslacht voor onze zonden. Zo komen ze aan bij een water: ‘Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’ ‘Dat is goed’, zegt Filippus, maar dan moet ik nog iets meer vertellen. Uit zijn rugzak haalt hij enkele boekwerken: ‘Kijk, dit zijn onze geschriften die u ook moet kennen: Catechusmus, Leerregels, Belijdenis en kerkorde. Zonder deze kunt u niet worden gedoopt!’

Zo ging het natuurlijk niet. Het geloof in Christus was voldoende. Waarom doen wij dan zo moeilijk? We hebben alleen al in Nederland baptisten, doopsgezinden, evangelischen, minstens 6 soorten gereformeerden, verschillende hervormden, Jehova’s getuigen, meerdere katholieken, Luthersen, orthodoxen, pinkstergemeenten, PKN, reformatorischen en allerlei kleine, plaatselijke bewegingen, allen met hun eigen accenten. Maar de boodschap was toch: geloof dat Christus voor u is gestorven en opgestaan! Waarom dan zo veel kerken?

Eén kerk waarin plaats is voor al die mensen: besneden, als kind gedoopt, of juist als volwassene, psalmen en opwekkingsliederen zingend, begeleid door band en orgel, met luchtige praatjes, afgewisseld met zware preken, waarin uitverkorenen zitten en mensen die zelf hebben gekozen, beelddenkers en woordkunstenaars, schilders en schrijvers, voetballers op zondag en zaterdagamateurs, bevindelijken en geestelijken, met diensten op zaterdag én zondag, met en zonder gemeentegroepen, één kerk waarin verschillen wel besproken worden, maar waar niet gescheurd wordt.

Eén kerk voor alle mensen: dat zou voor mij de hemel zijn!

De Bloemenkoning (klik voor reageren)
 

Uitverkiezing

Het bekende Opwekkingslied ‘Aan uw voeten Heer’ wordt vaak gezongen, ook in onze kerk. Dat is een vreemde zaak. Kijk maar eens naar de volgende regels:

Ja ik verkies nu om bij U te zijn
En om naar U te luisteren

Dat is natuurlijk een tekst die van geen kanten klopt. Remonstrants, om zo te zeggen. Want wij verkiezen niet. God kiest. Ik stel dus een tekstwijziging voor:

Ja U verkiest nu om bij mij te zijn
En om naar mij te luisteren

Of sla ik dan weer het plankje mis?

Ik snap niets van die uitverkiezing. Wat kun je dan nog wel zingen? Psalm 139:

Mijn mond spreekt nog geen enkel woord
Of u hebt alles reeds gehoord (...)
Mijn kennis is te klein bevonden
Ik kan dit alles niet doorgronden


Laat ik me maar stilhouden.

De Bloemenkoning
 

Applaus voor koning Jezus!

Het was zo mooi. Zo puur. Zo zuiver. Daar wilde ik graag iets van laten merken. Mijn waardering, mijn instemming. Mijn amen.

Zo voel ik het vaak in de kerk. Bijvoorbeeld eerste kerstdag, toen het kinderkoor zong. Ik wilde graag applaudisseren, omdat God deze kinderen dit talent heeft gegeven. Bijvoorbeeld na een preek die me in mijn hart geraakt heeft. Eer aan de dominee, eer aan de kinderen. Maar door hen heen: eer aan God, die hen dit talent heeft gegeven.

Waarom dan geen applaus? Waarom alleen een dankgebed? Want zo werd het die dag gezegd. Wij doen dat met de handen op elkaar. Natuurlijk, we danken God. Maar het één sluit het ander toch niet uit? We mogen elkaars talenten toch wel waarderen? Want we weten maar al te goed waar deze gaven vandaan komen: van de heilige Geest.

Ik pleit dus voor spontaan applaus tijdens de eredienst. Ere wie ere toekomt. Applaus voor koning Jezus!

Tja…

Ik begrijp wat je bedoelt, bloemenkoning. Toch wil ik er wel iets over kwijt. Applaus in de eredienst voor de Koning! Uit respect en liefde! Schitterend mooi. Absoluut. Maar we applaudisseren niet als we een Bijbeltekst hebben gelezen. Of na de geloofsbelijdenis, of een donderpreek (terwijl dan een applaus als instemming heel op zijn plaats kan zijn)!
Applaus na de zegengroet? Doen we eigenlijk al. Al zeggen we dan heel zachtjes, en vrijwel onverstaanbaar, :”Amen.”
We zouden het vreemd vinden als na “Genade zij u en vrede van Hem die is, die was en die komt, en van de zeven geesten voor Zijn troon, en van Jezus Christus, de betrouwbare Getuige, de Eerstgeborene van de doden, de Heerser over de vorsten van de aarde”, in plaats van een mager “amen” een donderend applaus weerklonk. Maar dat is dan applaus voor de Heer.  Op kerstavond werd er, tot ergernis van de uitvoerenden zelf, heel heftig geapplaudisseerd na hun ‘optreden’ En dan ook alleen na hún optreden.
Wat is dan het doel van het applaus? Instemmen met het lied? Of toch een hart onder de riem van de uitvoerenden? Een compliment voor de inzet? Want die was groot. Dat is iets waarbij ik dan mijn oprechte vraagtekens zet.
Omdat ik zelf uitvoerende ben in een groot deel van de diensten, begrijp ik wel iets van de gêne die iemand heeft als er voor hem of haar geapplaudisseerd lijkt te worden, tijdens de dienst. Er wordt iets gedaan voor de dienst van de Heer. Dat behoeft geen applaus. Je zou het immers voor het applaus zelf kunnen gaan doen. 
Zoals ik op de zondagen erg verbaasd zou zijn als men voor mij ging applaudisseren. Ik hoop het niet mee te maken. Daarmee kan je de ander ook tekort doen. Want die krijgt misschien nooit applaus. Voor de duidelijkheid.. ik zit er niet op te wachten. Mijn applaus krijg ik heel soms als ik op een concert heb opgetreden. En dan vind ik het naast leuk ook best wel gênant. Want ik deed het niet voor het applaus, maar voor die ander. Voor de bezoeker. En zondags voor de Heer. 
Mijn dochter zong mee op kerstmorgen. Was ze de beste? Absoluut! Ik heb nog nooit zo’n engelachtige stem gehoord. En ze heeft haar knuffel dan ook zeker wel van mij gehad. Maar dan buiten de dienst.

Applaus voor de Heer? Zeker. Elke zondag! Maar dan wel voor de heer en niet voor de dienaren in de kerk. Dat doen we door de weeks. Als ze hun best doen om hun kunnen aan ONS te demonstreren. 
Dat is mijn eerlijke visie.

Groetjes,

De orgelgek

Narnia

Ik heb een goede tip voor iedereen die een goed sinterklaas- of Kerstcadeau zoekt: geef elkaar de Narnia-kronieken. Dit zijn 7 prachtige boeken met een dubbele bodem: je leest een kinderboek, maar tegelijkertijd word je aan het denken gezet over je eigen leven en geloof. De afgelopen weken heb ik ze zelf gelezen. Een voorbeeld uit het laatste deel, het laatste gevecht.

Aslan, de Leeuw, symbool voor Christus, roept ‘einde’! Dan dooft de zon, en de maan wordt als bloed. Alle mensen en dieren verzamelen zich voor de deur van de wereld, waar Aslan ze binnenlaat in zijn eigen land, sommigen ten goede, sommigen ten kwade. Dan rennen de hoofdpersonen hun nieuwe land tegemoet. En dat lijkt precies op hun oude land, maar dan echter:

“‘De Arend heeft gelijk,’ zei Heer Digory. ‘Moet je luisteren, Peter. Toen Aslan zei dat je nooit meer terug kon naar Narnia, bedoelde hij het Narnia dat jij in de hoofd had. Maar dat was niet het echte Narnia. Dat had een begin en een einde. Het was niet meer dan een schaduw of een kopie van het echte Narnia dat altijd bestaan heeft en altijd zal blijven bestaan. Precies zoals onze eigen wereld, met ons land en al, maar een schaduw is, of een kopie, van iets in Aslans echte wereld. Je hoeft niet verdrietig te zijn om Narnia, Lucy. Alles van het oude Narnia wat belangrijk is, alle lieve wezens, zijn door de Deur naar binnegehaald in het echte Narnia. En natuurlijk is het toch weer anders. Even anders als iets echts verschilt van een schaduw of als je dagelijks leven verschilt van een droom.”


Ik moest denken aan Filippenzen 3:12. Paulus wijst daar op ons doel, dat voor ons ligt: ‘Ik ga recht op mijn doel af, de hemelse prijs’.
Ik moest ook denken aan de brief aan de Hebreeën, waar de aardse tempeldienst  en de wet een schaduw worden genoemd van het echte heiligdom in de hemel, waar Christus zichzelf geofferd heeft (Hebr. 9/10).
Een derde gedachte ging naar Johannes 14: 1-4, waar Jezus zelf vertelt dat Hij zal gaan om onze woning gereed te maken. Als Hij ten hemel vaart, zegt Hij: ‘Houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alles dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld’.

De 7 Narnia-boeken eindigen met een toekomstgezicht: “Nu begonnen ze eindelijk aan Hoofdstuk Een van het Grote Verhaal dat niemand op aarde nog gelezen heeft, dat voor eeuwig door blijft gaan en waarin ieder hoofdstuk nog mooier is dan het vorige.” Als Jezus terugkomt, eindigt onze wereld, maar dan staan we pas aan het begin. Wat hebben we een geweldige Toekomst voor ons!

De Bloemenkoning

p.s. lees ook mijn muziekrecensie over Glass Hammer; hun muziek past perfect bij deze verhalen!


 

Deuteronomium

Een prekenserie over Deuteronomium. Verrijkend. Inspirerend. Ik sta altijd weer verbaasd over onze predikant. Hij weet zoveel details uit een klein stukje bijbel te halen. Zoals de reis van 11 dagen, die uiteindelijk 40 jaar duurt. En wij maar commentaar hebben op onze NS! Of het onzinnige rondtrekken bij het Seïrgebergte. Alle details over Sichon en Og. En al die oude geschiedenissen zijn toe te passen op ons eigen leven. Hartelijk dank!

Toch blijf ik zitten met een filosofische vraag (je bent columnist of niet, zeg nu zelf!). Dus wie zin heeft mag met me mee filosoferen.

Ik begin in Deut. 3: 6. ‘In elke stad doodden we de mannen, vrouwen en kinderen’. Best wreed. Tegenwoordig noemen we dat genocide. Waarom moesten al deze mensen sterven?

Die vraag hebben veel mensen zich al gesteld. ‘Het Oude Testament? Dat heeft afgedaan, een wreed boek. Doe mij maar het Nieuwe.’ Toch is dat niet juist. Ook toen al was God een genadig God. Lees maar mee in Genesis 15:16. Daar voorspelt de Heer de toekomst aan Abram. Hij krijgt zelf het land Kanaän niet in bezit, maar pas het vierde geslacht (zeg maar de kinderen van Jozef en zijn broers).
Pas de vierde generatie zal terugkeren, want pas dan hebben de Amorieten zo veel misdaden bedreven dat de maat vol is.’ God is dus best lang geduldig. Hem kennende had Hij ook een andere oplossing gezocht in het geval van bekering, zie het boek Jona. Dus de verdrijving van de Kanaänieten is hun eigen schuld.

Ook Paulus geeft een soortgelijk antwoord in Romeinen vanaf 1: 16. Het gaat te ver om hier de details te geven, lees dat vooral zelf eens na, maar het komt erop neer dat niemand zich tegenover God kan verontschuldigen. Allen staan we schuldig, ook de heidenen die Hem niet kennen. Ze hebben immers de schepping (NGB art. 2)?

Dit leek mij een mooie oplossing. Eigen schuld, Gods straf. Tot afgelopen zondag (7-11-2010). Wat lees ik daar in Deuteronomium 4: 19-20?
En als u omhoog kijkt en de zon, de maan en de sterren ziet, al die lichten aan de hemel, laat u er dan niet toe verleiden daarvoor neer te knielen en te vereren wat de HEER, uw God, voor de andere volken op aarde heeft bestemd.  Want u bent door de HEER uitgekozen en uit de smeltoven van Egypte weggehaald om hem als zijn eigen volk toe te behoren, zoals nu het geval is.

God heeft de heidenen voorbestemd om afgoden te dienen. Dan is het dus niet hun eigen schuld! Hoezo de maat van de zonden vol? Daar konden ze toch niets aan doen?

Wat kan ik er trouwens aan doen dat ik geloof? Als God mij nu eenmaal zo heeft voorbestemd, kan ik daar toch niets aan veranderen?

Wie kan een antwoord geven op deze moeilijke vragen?

Ik ga zelf in ieder geval de geschiedenis eens induiken, want dit is een oud dilemma. In 1618/1619 werd al strijd geleverd over dit punt, de uitverkiezing. Daar hebben we de Dordse Leerregels aan overgehouden. Wellicht werpt dat wat licht op deze duistere zaak.

De Bloemenkoning

Reacties worden zeer op prijs gesteld. Wellicht kan jouw bijdrage anderen helpen. Dus schroom niet en mail naar de Bloemenkoning.

Hieronder een reactie:

Beste Bloemenkoning,
 
Even een korte reactie op wat je schrijft n.a.v. de Deuteronomium-preken.
Je snijdt een moeilijk onderwerp aan waar al veel over geschreven is, waar veel over te vragen is en waar ik ook niet alle antwoorden op weet. Je komt uit bij Gods verkiezing en daar zijn heel mooie dingen over te lezen en te schrijven. Maar wij mensen zitten ook weer zo in elkaar dat we daar veel moeilijke vragen over gaan stellen...
Ik wil even reageren op één gedachte-hobbel in wat je schrijft.
Je haalt terecht Genesis 15:6 aan: Pas de vierde generatie zal terugkeren, want pas dan hebben de Amorieten zo veel misdaden bedreven dat de maat vol is.’ Let op dat het daar gaat om de Amorieten. Dat is de oude bevolking van Kanaän (en omstreken). Je herinnert je waarschijnlijk dat ik in de preek over Deut.2 iets gezegd heb over een soort grote volksverhuizing. Relatief nieuwe volken (Edom, Moab, Ammon) hebben, net als Israël, een nieuwe woonplek gekregen. Deze volken mogen niet uitgeroeid worden. Dat moet alleen gebeuren met de Amorieten (een verzamelnaam voor een heel aantal oudere volken). Waarom deze volken wel en die andere niet? Ze dienden toch allemaal andere goden, de zon en de maan en wat ze verder verzonnen hadden?
Ja, maar de reden waarom ze uitgeroeid moeten worden is niet die afgodendienst op zich, maar het zijn de vele misdaden die ze (voor een deel in naam van hun religie) bedreven hebben. Zie bijvoorbeeld Leviticus 18:24,25, Verontreinig jezelf niet door dergelijke dingen te doen. De volken die ik voor jullie verdrijf hebben zich met al deze dingen verontreinigd, waardoor het land onrein werd. Vanwege de wandaden die er gepleegd zijn, heb ik het land geteisterd, zodat het zijn inwoners is gaan uitbraken. Of 2 Kon.16:3, over koning Achaz: Hij ging zelfs zo ver dat hij zijn zoon als offer verbrandde volgens het gruwelijke gebruik van de volken die de HEER voor de Israëlieten had verdreven.
De volken werden dus niet verdreven omdat ze de HEER niet vereerden, maar omdat ze gruwelijke dingen deden.
En dan zit je heel gauw bij de brief aan de Romeinen. Je haalt terecht 1:20,21 aan. Verderop schrijft Paulus over mensen die de wet (van God) niet kennen maar wel van nature de wet naleven (2:14). En dat is in Gods ogen echt anders dan wat Paulus beschrijft in het vervolg van hoofdstuk 1, over alle gruwelijkheden van andere niet-gelovigen.
Vraag mij nu niet wat dit betekent voor het eeuwige oordeel straks. Waar het me nu alleen om gaat: in zijn handelen nú is er voor de rechtvaardige God wel degelijk onderscheid tussen niet-gelovigen die gruwelijke dingen doen en niet-gelovigen die leven alsof ze Gods wet kennen. En neem dat maar mee in het lezen van het Oude Testament: de uitroeiing van de Amorieten was een rechtvaardig oordeel over gruwelijke misstanden. Dat oordeel kwam wel over de Amorieten, niet over Moab, Ammon en Edom. (Daar kwam eeuwen later wel een oordeel over, toen was hún maat van zonde vol!)
 
Blijft staan dat het Gods verkiezing is dat hij met dat ene volk zo'n liefdesverbond sluit en met de andere volken niet. Daar kun je je alleen maar over verbazen. Kijk maar hoe Paulus jubelt in diezelfde Romeinen-brief, Rom.11:33-36. Ik hoop er iets over te zeggen in de preek over Deut.7. Maar dat wordt volgend jaar pas...
 
hartelijke groet,
 
Rob

 

De wind

Langs de kustlijn staat een man. Hij haalt diep adem. De frisse, zoute lucht vult zijn longen. Zijn hoofd raakt leeg. De man komt tot rust.

Een open schoenendoos heeft hij in zijn hand. Hij keert hem naar de wind. Dan doet hij het deksel er op. Hij vangt de wind. De doos vol wind neemt hij mee naar huis.

Thuisgekomen opent hij de doos. Hij probeert de zeewind op te snuiven. Maar de wind is verdwenen. De wind laat zich niet vangen.

Zoveel mensen zijn als deze man. Met dozen, kooien en bekers proberen ze de wind te vangen. Maar de wind waait. Sluit je hem op, dan dooft hij uit.

Herkenbaar?

In de kerk zit een man. Hij haalt diep adem. Het frisse, gezouten woord vult zijn hart. Zijn hoofd raakt leeg. De man komt tot rust.

Maar hij heeft een doos in zijn hand. Hij probeert de Geest te vangen. Want hij weet dat de Geest aanwezig is in goede kerkmuziek. Zijn doos is een lijst vol liederen. Deze muziek is naar de Geest. Zo is de wind gevangen. Maar hij dooft uit.

Een andere man heeft Gods Geest ervaren in een rijke liturgie. Daarom heeft hij deze vastgelegd in een vergadering. Nu is de Geest wekelijks aanwezig in de dienst. Maar het waait niet.

Een derde heeft een doos met de juiste leer. Want de Geest is aanwezig in waarheid.

Maar God is toch meer dan dat wij denken? Als ik denk dat God blauw is, dan is hij de regenboog. Is mijn beeld een waterdruppel, dan is Hij een regenbui. Vind ik Hem een regenbui, dan is Hij een wolkbreuk. God is niet te vangen in beelden.

Afspraken in de kerk zijn natuurlijk goed. Maar geef de Geest de ruimte. In dit gezang wordt dat zo mooi verwoord:

Liefd' en ijver zullen blaken,
waar reeds alles scheen verkwijnd,
als de pinksterzon verschijnt.
Noordenwind, o wil ontwaken.
zuidenwind, doorwaai de hof.
Heilge Geest, U zij de lof!


De Bloemenkoning
 

John het Schaap

Het leek een normale dag te worden voor de schapen toen de herder tegen John zei: ‘Vanaf vandaag zullen jullie op jezelf moeten passen. Maar ik kom terug. Hoed mijn lammeren.’ Toen was hij vertrokken.

Een onduidelijke tijd brak aan. John deed zijn uiterste best de herder na te volgen. Hij nam de schapen mee naar de bekende waterplaatsen, liet ze neerliggen aan grazige weiden, zocht het groenste gras voor ze uit. Maar hoe hij ook zijn best deed, de schapen waren minder tevreden als onder de herder. Sommige schapen wilden meer afwisseling: ‘Zeg John, je leidt ons nu wel richting dit groene gras, maar verderop is het groener.’ ‘Waarom laat je ons steeds uit dezelfde beken drinken?’ Andere schapen waren bang voor de variatie: ‘Ga toch niet steeds naar andere plaatsen, straks verdwalen we nog’. ‘Zeg John, hier zijn we met de herder nooit geweest, waarom leidt je ons dan hier naar toe?’ De verdeeldheid in de kudde nam toe. Maar het zou nog erger worden.

Een aantal oudere schapen kwam bij John. Een zorgelijke trek sierde hun gezicht. ‘Wij moeten eens praten, John.’ Ze vertelden over hoe ze hadden gezien dat een aantal lammeren ’s avonds de kudde had verlaten. ‘Ze zijn niet meer op het rechte pad, John. Een aantal van de lammeren is wel weer teruggekomen, maar anderen zien we niet meer terug. We weten niet wat er van hen geworden is. Leven ze nog, zijn ze verslonden? Wat moeten we doen?’ Er werd aan toegevoegd dat het nu anders was dan vroeger, bij de herder. De herder zou wel op zoek zijn gegaan naar de lammeren. Hij zou ze hebben gevonden, op zijn schouders hebben gelegd, en liefdevol terug hebben gebracht. Maar de herder was er nu niet. En van John konden ze dat niet verwachten. Dus moest er een nieuwe oplossing bedacht worden.

Die kwam er. ‘We moeten de kudde beschermen met prikkeldraad,’ zei een oude ram.  ‘Dan zijn de schapen veilig, dan blijven ze bij de kudde. Als de herder terugkomt, vindt hij hier zijn schapen.’ Dus werd een stuk weidegrond afgemeten, bepaald en afgezet met prikkeldraad. John was blij. ‘Nu blijven ze in de rechte sporen. Nu hoeven we niet meer bang te zijn. De kudde zal bij elkaar blijven.’

Spoedig circuleerden verhalen over de herder nog wel in de kudde, maar kon de nieuwe generatie lammen zich er niets meer bij voorstellen. ‘Vrijheid, een herder? De weide is omringd door prikkeldraad, zodat niemand meer weg kan komen. Het nieuwe leven is uitgelijnd, de paden recht en de daden rein.’

Een tijd ging het goed. Maar op een dag begonnen de problemen opnieuw. Een aantal schapen had ontdekt dat tussen het gras klavers groeiden. En klavers zijn niet geschikt voor een schapenmaag. Daarom wilden zij een klavervrij stuk van de weide voor zichzelf hebben. Een ander deel vond de beek gevaarlijk en wilde een beekvrij gedeelte afzetten. Zo werd de weide door prikkeldraad verdeeld. De schapen wezen voor zichzelf leiders aan voor hun eigen gebiedje. Ieder gebiedje had zijn eigen regels, alle schapen wachtten op de herder. En John verloor het overzicht.

De jaren gleden voorbij. De schapen leken tevreden met hun eigen afgezette gebied. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In ieder gebied werden lammetjes geboren. Deze jonge ontdekkers trokken zich niets aan van het prikkeldraad. Met hun pootjes begonnen ze te graven. Met hun ranke lijfjes konden ze vrij gemakkelijk onder het prikkeldraad door. Eerst kwamen schapen van verschillende vakken in andermans vak terecht. Ze ontdekten dat er meerdere vakken zijn, allen omgeven door hun eigen prikkeldraad. De ene omheining was hoger dan de andere, bij de ander hadden ze meer stekels. Het viel ze op, dat in het ene weiland de schapen wel gras hadden, maar geen water. Bij de beek was wel water, maar geen gras. De kuddes leden honger, dorst. Overal kregen de lammeren het gevoel dat er iets miste.

Al spoedig verlieten ze de oorspronkelijke wei, de wijde wereld in. Ze ontdekten dat daar ook gras groeide. En ook daar was water. En daar liepen ook schapen rond. Schapen die de herder soms een beetje, maar soms ook helemaal niet kenden. Deze schapen waren wel eens langs de weide gelopen, maar hadden zich niet welkom gevoeld door het prikkeldraad. Dus waren ze weer gegaan. Langs de vakken. Weg van de kudde. Zonder herder de dam over.

Al spoedig werd een kudde gevormd. Een kudde waarin de schapen samen de herder verwachtten. Een kudde waarin niet de angst regeerde, maar waar de vrijheid heerste. ‘Als een van ons verdwaalt, zullen we samen op zoek gaan, net als de herder vroeger deed. Test je grenzen uit in het geloof dat de herder je opzoekt in geval van nood. Terug naar de oude tijden van vrijheid en romantiek, in plaats van angstvallig het prikkeldraad te vermijden,’

De lammeren zagen dat hun vrije kudde goed was. Toch vergaten ze hun oude kudde niet. Daarom kwamen ze met een dramatische oplossing bij John het schaap: ‘John, dankzij het prikkeldraad hebben de schapen de herder niet meer nodig. Ze hebben elkaar niet meer nodig. Vroeger was het prikkeldraad een goede oplossing, maar nu voldoet het niet meer. Daarom hebben wij voor jou een tang gekocht. Knip het door, weg met het prikkeldraad. Laat de schapen vrij in vertrouwen op de herder.’

John stond voor een dilemma. Hij wist niet wat hij moest doen.

Weet jij het?





 

Talstelling

Ieder jaar levert de talstelling hetzelfde probleem op: nadat er met moeite dubbeltallen zijn gesteld, worden enkele broeders verkozen, die dan na enkele weken bedanken voor de eer. Daarna kan er opnieuw begonnen worden met het hele proces. Daarom de volgende anekdote:

Er was eens een man die herder was. Ieder najaar, als de paars bloeiende heide volstroomde met toeristen, werd hij aangegaapt door natuurminnend Nederland. Soms bleef er afstand, soms kwamen de mensen dichterbij en knoopten ze een gesprek aan.

Toerist: “Dat zie je niet vaak meer, een herder”.
Herder: “Nee, niet veel mensen willen dit nog doen”.
Toerist: “Hoe bent u op het idee gekomen om herder te worden?”
Herder: “Het is een roeping. Ik heb altijd al van de schepping gehouden, en wat is er heerlijker dan met de dieren door de natuur te struinen?”
Toerist: “Wat is nu het mooiste van uw beroep?”
Herder: “Stel dat er een schaap verdwaald is en ik vind het, dan draag ik het op mijn schouders naar de stal…”
Toerist: “Zijn er ook dingen die u tegenstaan?”
Herder: “Nou, de vergaderingen, bijvoorbeeld over waar er wel en waar er niet gegraasd mag worden. Of overleg over hoe er wel en hoe er niet geblaat mag worden. Dat is zo tijdrovend. Ik heb ook nog een gezin.”
Toerist: “Hoe zou u dit dan liever zien?”
Herder: “Laat mij maar met de schapen werken, dan kan een ander zich bezig houden met het regelen van de verzorging van het gras. Met één avond per week kan ik prima herder zijn, en lijdt mijn gezin er niet onder.”


Laten we broeders roepen tot het ambt, maar vraag niet te veel, want anders krijg je deze reactie: ‘bèèh!’

reacties? debloemenkoning@hotmail.com

Daklozenkrant

Afgelopen week ging ik een boodschap halen bij de Action. Buiten, bij de ingang, stond een man de daklozenkrant te verkopen. Een vrouw was met hem in gesprek en kocht een krant.

Ik bekeek het tafereel een tijdje. De man sprak alle voorbijgangers aan. Op een vriendelijke manier. En dat buiten bij -5 graden!  De meeste mensen liepen hem voorbij, zelf volgepakt met boodschappen, en keurden hem geen blik waardig. Sommigen mompelden een groet. Ongeïnteresseerd.

Ik vroeg me af hoe Jezus gehandeld zou hebben. Toch meer zoals die eerste vrouw. Oprecht geïnteresseerd. Toen bekroop me de gedachte: welke voorbijgangers zijn christen? Wat zouden we als christenen een verschil kunnen maken in de wereld. Gewoon met kleine dingen. Zoals het kopen van een straatkrant. Of het kopen van Fair Trade-producten of biologische groenten en vlees. Ik nam me voor ook zo’n krant te kopen.

Dat deed ik toen ik mijn boodschappen had gedaan. 2 euro. De man bedankte me uitvoerig. Toen ik wegging gaf hij mij meer dan ik hem gegeven had: “God bless you.”

De Bloemenkoning

 

Keuzes 2

Het maakt niet uit wat je kiest, maar met Wie je kiest! Dat was mijn conclusie in de vorige column (griepprik). Dit principe is ook volgens mij ook toe te passen in andere situaties. Wat kies je in bijvoorbeeld deze situaties:

•    Zing je wel of geen Opwekking in de kerk?

•    Ga je op zondag wel of niet uit eten?

•    Word je wel of geen ouderling?

•    Kies je voor het Greijdanus College of een andere school?

•    ...

Volgens mij hangt je leven er niet van af wat je precies kiest, maar of je God in je keuzes betrekt. Een bijbelse fundering voor deze stelling (waarbij je zelf de bijbelteksten even moet nalezen voor het juiste verband):

Romeinen 14: De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen.
Vrijheid dus, in Christus. Er zijn verschillende mogelijkheden. Concreet: het wel of niet vieren van het Kerstfeest of je eigen verjaardag staat je vrij.

1 Cor. 8: Eten wij niet, dan zal ons dat niet tot nadeel strekken; eten wij wel, dan zal ons dat niet tot voordeel strekken.  Maar let erop dat de vrijheid die u hebt geen struikelblok wordt voor de zwakken onder u.
De apostel Paulus schrijft dat het wel of niet eten van heidens offervlees niet uitmaakt. Maak je keuze met God, en houd rekening met zwakkeren in het geloof.

Hand. 5: Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.
Ananias bedroog God door te doen alsof hij vrijgevig was. Het weggeven van geld was zijn keuze, maar de motivatie was verkeerd. Het gaat er dus om waarom je iets doet.

Bij het elkaar aanspreken op gedrag zou het goed zijn om te vragen om de motivatie. Waarom kies je dit? Is het een keuze die in gebed gemaakt is? Dan kun je elkaar er ook op aanspreken of je keuzes inderdaad in gebed gemaakt en in lijn met Gods Woord zijn.

Pas op: ik zeg niet: alles mag, want bovenstaande werkwijze zou heel veel gedrag kunnen goedpraten. ‘Ja, maar ik heb ervoor gebeden.’ Het werkt alleen als je de keuzes in echt geloof maakt, en die dus toetst aan de bijbel.

De Bloemenkoning
debloemenkoning@hotmail.com

Griepprik

Neem je de Mexicaanse griepprik wel of niet? Ik sprak verschillende gemeenteleden hierover en kwam tot een conclusie. Eerst de argumenten.

Tegen de griepprik:

“Ik geef mijn kinderen geen griepprik, want hij levert meer schade op dan dat het helpt. De griepprik bevat namelijk dierlijk DNA, niet-lichaamseigen stoffen dus. Dit wordt veroorzaakt doordat het griepvirus is ingespoten bij dieren, zodat die dieren antistoffen maken tegen de griep. Deze antistoffen worden weer gebruikt voor een vaccin voor mensen. Vol dierlijke rommel dus. Dat vind ik niet vertrouwd.”

“Ik laat me niet inenten, want het griepvaccin is onvoldoende getest. Ik ben bang voor de bijwerkingen en men weet niet wat de gevolgen zijn voor de lange termijn.”

“De griepprik bevat het verzwakte virus. Dus ik krijg ineens een griep in mijn lijf die ik anders misschien niet had binnengekregen. Daarnaast bevat het vaccin een heleboel gifstoffen. Je lichaam raakt die gifstoffen nooit meer kwijt. Liever niet dus!”

“De enige reden om kinderen de prik te geven, is dat er onvoldoende ziekenhuiscapaciteit is. Dus beter de kinderen inenten, dat voorkomt volle IC’s.”

“Geen inenting, want dat is nergens voor nodig. Ons leven is in Gods hand, en Hij beslist dus ook of onze kinderen ziek worden of niet. Wij hebben gebeden om Gods bescherming en verwachten het dus van Hem.”

Voor de griepprik:

“Beter voorkomen dan genezen. Dus een prik.”

“Ik zou het mezelf nooit kunnen vergeven als mijn kind niet is ingeënt en daardoor schade heeft”

“Er is door vakkundige mensen, die er voldoende verstand van hebben, hard gewerkt om een vaccin te vinden. Het enige doel is het beschermen van de bevolking. Dus nemen we zo’n prik.”

“Ons leven is in Gods hand, en Hij beslist dus ook of onze kinderen ziek worden of niet. Wij hebben gebeden om Gods bescherming en verwachten het dus van Hem. God geeft nu de middelen, we bidden om zijn zegen over dit vaccin.”

Ik heb totaal geen verstand van zit soort zaken. Onvoldoende onderlegd in de biologische achtergrond van de griep en het vaccin. Ook nog nooit in Mexico geweest. En er zijn vast meer argumenten te bedenken. Maar er valt me wel iets op: voor beide argumenten kun je de Naam van God gebruiken. Je kunt geen vaccin nemen en Gods bescherming gelovig verwachten (Hij die op Gods bescherming wacht...), maar ook wel inenten en Hem danken. Bij voor en tegen zijn er dus mensen die hun keuze niet zelf maken, maar zich afhankelijk weten van God.

Conclusie: het maakt dus niet uit wat je kiest, maar met Wie je kiest! Maak je keuze dus met Hem!

De Bloemenkoning

debloemenkoning@hotmail.com

Keuzes

“Stel je voor dat je in het café zit, Jezus komt terug en Hij treft je daar aan?”
“Als je in God gelooft, dan mag je niet naar die muziek luisteren.”
“Als je christen bent, dan heeft die vriendschap geen bestaansrecht, dan moet je op zondag tweemaal naar de kerk, en vul maar in...”


Met dit soort uitspraken werden we vroeger bang gemaakt. Wat miste ik de liefde, de genade, de vrijheid in Christus. Het komt zo Farizeïsch over, alsof je door je gedrag zelf de hemel kunt verdienen. Zo is het niet bedoeld! Sola gratia, door genade alleen zijt ge behouden.

Maar aan de andere kant: tegenwoordig mag je bijna nergens meer iets van zeggen. Stel je voor dat je tegen een zeer been schopt. “Wat heb jij met mijn gedrag te maken?” “Ik bepaal toch zelf wel hoe ik leef?” Ik ben er tegen aangelopen dat kerkleden mij raar aankijken als ik zeg dat ik bepaalde films niet kijk en sommige muziek niet luister.

Hoe leef je en waarom doe je dat? Welke keuzes maak je met welke redenen? Ik ben benieuwd hoe er in de gemeente gedacht wordt over verschillende onderwerpen. Welke keuzes jij maakt. Daarom een aantal situaties. Lees ze en reageer er op via
debloemenkoning@hotmail.com . Reacties worden geplaatst, en zo kunnen we elkaar helpen bij het maken van keuzes.

•    De nieuwe game Wolfenstein is uit. Dit is een spel met als code 18 vanwege het gewelddadige karakter. Maar jij wilt graag de nieuwste spellen uitproberen. Wat doe je? Of: weet je wat je kinderen doen?

•    Je hebt de kans om een nieuw huis te kopen in de Landerijen, net iets groter en beter gelegen dan je oude. Het betekent echter wel dat je een tophypotheek moet nemen met enig risico. Ook zul je moeten bezuinigen op de goede doelen, want de tienden worden nu aan een nieuw huis besteed. Maar ja, daar werk je toch ook hard voor?

•    Het is mooi weer, de ochtenddienst heeft bijna twee uur geduurd, en nu, om vier uur, ben jij aartslui en je kinderen ook. Het is zo warm dat je bijna aan je tuinstoel gekleefd zit.

•    Als christen ben je rentmeester. Je kunt een verschil maken in de wereld, bijvoorbeeld door fair-trade-koffie en bio-producten te kopen. Dit betekent alleen dat je óf meer geld kwijt bent, óf minder moet kopen.

•    Vul het zelf maar verder in m.b.t. autogebruik, televisie kijken, muziekkeuzes, taalgebruik, enz.

Hoe bewust leef jij?

De Bloemenkoning

debloemenkoning@hotmail.com

 

Pientere puzzels

Getuige zijn van God, hoe doe je dat? Afgelopen zondag (10 mei 2009) mocht Juan zijn getuigenis uitspreken in de kerk. Op deze site bespreek ik muziek van christenen die op hun manier proberen te getuigen (zie: muziekrecensies). Ik neem aan dat we allemaal in ons dagelijks leven ons best doen om te laten zien wie God voor ons is.

In alle drukte van het bestaan is het goed om regelmatig rust te nemen. Een goede manier is het maken een puzzel. Ook spellen van de firma Thinkquest, zoals bijv. Rush Hour, zijn tegenwoordig populair. Door te puzzelen denk je even niet na over de dagelijkse beslommeringen, je maakt je geest leeg, en tegelijkertijd stimuleer je het denken (heb je geen Nintendo voor nodig).

Op het internet kwam ik een hele bijzondere site tegen, www.pienterepuzzels.nl . Dit is de site van Ale Sytsma waar je allerlei spellen kunt bekijken. Maar dat niet alleen, onder het kopje ‘speel een spel’ kun je ook online denkspellen uitproberen. Dus wie tussen de drukte van werk en kerk wat ontspanning nodig heeft, kan hier terecht.

Maar dit is niet het enige. Onder het kopje ‘nadenkertjes’ kom je een verrassing tegen. De maker van de site, Ale Sytsma, blijkt namelijk te getuigen van God. Zijn nadenkertjes zetten je, door middel van puzzels, aan het nadenken over wie God eigenlijk is. Bijzonder, hoe iemand op zo’n manier kan getuigen van God.

Ik bid dat wij allen op onze eigen manier mogen getuigen. Veel puzzelplezier!

De Bloemenkoning

reageer via debloemenkoning@hotmail.com
 

Kotszakjes in de kerk

In een vliegtuig hangen van die kotszakjes. Ook in touringcars kom je ze geregeld tegen. En sommige mensen nemen ze ook mee als ze een eind gaan reizen met de auto. Waarom? Tegen wagenziekte en luchtzakken. Het is bijzonder dat alle mensen die last hebben van deze kwaaltjes toch altijd weer op reis gaan. Waarschijnlijk is het reisdoel belangrijker dan de reis, en weegt de last ruimschoots op tegen de geneugten die in de verte liggen te wachten.

Ik pleit er voor om ook in de kerk kotszakjes mee te nemen. Want in een ware kerk moet een gezonde kotsneiging niet vreemd zijn. Waarom? Ik zal het u uitleggen.

Jezus moest lijden. Hebt u ooit een echte geseling meegemaakt? Gevoeld hoe de steentjes in de zweep niet alleen je huid, maar ook het vlees van je rug helemaal kapot maken? Leg daar dan die zware dwarsbalk op, en loop, uitgejouwd door een menigte, die heuvel op. Ik vind een splinter in mijn duim al pijnlijk. Hoeveel temeer spijkers door handen en voeten. Draag daar dan je hele gewicht aan. Ooit gezien? Wie kan een kruisiging bijwonen zonder te kotsen? Toch staat voorin de kerk dat kruis.

Jezus zegt: ‘ Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. (Matt. 10:38)’ In de bijbel staat dat we als christenen wereldvreemd zullen zijn. Vreemdelingen en bijwoners, geheel anders. In de Hebreeënbrief wordt gerefereerd aan christenen die zelfs doormidden gezaagd werden. Jacobus werd gedood om het geloof, Stefanus gestenigd. Paulus en Petrus werden gekruisigd. En hebt u zich ooit afgevraagd waarom dat kruis bij een spoorwegovergang Andreaskruis heet?

Ook nu nog zijn er christenen die dit meemaken. Denk aan hen die leven onder de druk van communisme of islam. Aan hen die in hun familie alleen staan en belachelijk worden gemaakt door hun omgeving. Ver van ons bed?

Ik ben bang dat we ons hier te weinig druk over maken. We spreken en zingen te gemakkelijk over Gods liefde, maar beseffen we nog echt wat het Jezus kostte? Wat het geloofsgenoten kostte/kost? Wat het ons zou kunnen/moeten kosten?

Ik stel voor dat we in de kerk er meer bij stilstaan dat we moeten lijden om het evangelie. Want de weg naar het Leven is zwaar en roept kotsneigingen op. Toch gaan we op reis. Waarom? Het kotsen nu weegt ruimschoots op tegen de het Leven straks.

Tot besluit dit lied (Liedboek voor de Kerken 103):

De heiligen ons voorgegaan,
hebben hier niets verworven,
maar zijn aan’t einde van hun baan
als vreemdeling gestorven.
Maar zij geloofden dat Gods hand
Die hen tot daar geleid had
In’t beter, hemels vaderland
Een stad voor hen bereid had.
Geprezen zij zijn naam!
Hij deed hen veilig gaan!
Komt, zingen wij tezaam
Met alle heiligen!

Muziek: gave van God of duivelse verleiding?

Ooit had ik een poster van een band aan de muur hangen. Op een dag kwam iemand voor het eerst binnen en zei: ‘weet je wel wat daar hangt? Dat is een symbool van Satan!’ Hetzelfde werd verteld over muziek van Led Zeppelin en Queen: deze muziek bevat verborgen boodschappen waarin opgeroepen wordt tot verering van de duivel. Korte tijd later wezen enkele dames me op de gevaren van U2. Direct ging ik in de verdediging, want ik laat me niet zomaar vertellen wat ik wel of niet mag luisteren. Toch was ook mijn interesse gewekt, want boven alles wil ik God dienen, ook in mijn muziekkeuze. 

Welke muziek mag je luisteren? En wat zijn de gevaren van muziek? Eerst ben ik enkele boeken over dit onderwerp gaan lezen, (duistere ondertonen van muziek (H. van Zon en de kracht van muziek, R. Koops, bij mij te leen). De belangrijkste inhoud daarvan is het volgende:
Muziek is schepping van God, maar de Satan is van origine de engel van de muziek, die deze schepping heeft veranderd in een wapen ten verderve. Zo is de hele popmuziekscene ontstaan vanuit bands als The Beatles en The Rolling Stones, bands die hun ziel aan de duivel hebben verkocht en zich door hem laten inspireren. Zij, en een heleboel bands in hun kielzog, propageren een heidense, onchristelijke levensstijl in hun muziek en gedrag. Hier hoor je als christen verre van te blijven.
Daar tegenover staat de christelijke muziek, die tot doel heeft om God groot te maken. Meest gelezen conclusie: je mag alleen muziek luisteren die tot eer van God is.


Het kan echter nog extremer: Een kleine rondgang op het internet bracht me op de volgende site, waar zelfs van geaccepteerde christelijke muziek als Michael W. Smith werd verteld dat er satanische ondertonen in zitten: hier . Wie op Google de zoekopdracht ‘muziek verborgen boodschappen’ intypt komt veel meer van dit soort sites tegen, veelal fora, en er is zelfs een filmpje dat verborgen boodschappen in Opwekkingsmuziek laat zien!

Wat moeten we met al deze oproepen? Maar geen muziek meer luisteren, louter Psalmen zingen? En waar houdt het op? Mag ik nog boeken lezen, films kijken, op straat lopen? Je zou toch maar besmet raken!

Laten we er van uitgaan dat God de Schepper is van alles. Dan heeft Hij ook muziek gemaakt. We geloven dat de Heilige Geest de schrijvers van de bijbel inspireerde tot het schrijven van de bijbel. Zou Hij niet op dezelfde manier ook muzikanten inspireren om in iedere muziekstijl muziek te componeren tot eer van Hem en zijn Schepping? Daarom is het goed om naar muziek te luisteren die een christelijke achtergrond heeft.

Daarnaast zijn er ook genoeg niet-christenen die muziek maken. Is dit dan allemaal verkeerd? Ik denk van niet. Meestal zijn het gewoon mensen die, net als wij, op zoek zijn naar de waarheid, en dingen meemaken in het leven. Dit zetten ze om in muziek (dat heet kunst). Ook deze zoektocht kan mij inspireren. Zelf denk ik, als ik seculiere muziek luister, het evangelie van de bijbel er bij. Waar de artiest vragen stelt, heb ik soms een antwoord. Zo kan zelfs niet-christelijke muziek me dichter bij God brengen.

Er bestaat echter ook muziek die tegen God ingaat. Satan is ook realiteit, en gaat rond als een briesende leeuw, belust om te verslinden. Sommige bands brengen een boodschap die lijnrecht tegen God en de bijbel ingaat. Zoals je dat soort mensen ook in het dagelijks leven tegenkomt. Dit is muziek waarbij je je in een gevarenzone begeeft. Sta jij sterk genoeg in geloof om daar tegen te kunnen? Breng je anderen er mee in gevaar? Met dit soort muziek moet je heel erg oppassen, en het is beter om dit links te laten liggen.

Waar ligt de grens? Ik weet het niet. De een is sterker in geloof dan de ander. Muziek die voor mij goed is, kan voor iemand met een andere achtergrond tot aanvechtingen leiden: als jij dat kunt luisteren, kan ik dat ook, of: als ik geen verschil zie tussen een christen en een niet-christen, waarom zou ik dan gaan geloven? Ben jij in je muziekkeuze een getuige van Christus? WWJD (wat wil je draaien)?

Ik geloof dat iedere muziekstijl tot eer van God kan zijn. Maar door de invloed van de duivel zitten er in iedere stijl goede en verkeerde mensen. Het is zaak kritisch te zijn naar wat je luistert en ziet. Houd je stereo naast het licht van de bijbel, spreek er met anderen over en maak er een zaak van gebed van. Voor verdere tips: zie de recensies die ik op deze site plaats!

Ik ben benieuwd wat jouw mening is!

De Bloemenkoning
debloemenkoning@hotmail.com


Overdaad schaadt.
Als ik een maand lang alles achterlaat, wat zal ik dan het meeste missen? Mijn bijbel? De kerkdiensten? Eerlijk gezegd: ik vind mijn bed onmisbaarder.
 
Er was eens een man die alsmaar zijn bord leeg at, maar nooit een uitdeelde aan een ander.
Het eerste gevolg was, dat hij alsmaar dikker werd. Daar kon hij wel mee leven.
Het tweede gevolg was, dat hij steeds meer honger kreeg, maar dat het eten steeds minder lekker werd. Daar was moeilijker mee om te gaan. Hij at steeds meer, maar de leegte bleef, en niets smaakte meer écht lekker.
Tenslotte voelde hij zich ook nog schuldig, omdat er ook armen zijn die niets hebben. Om zijn schuld te vergeten, ging hij eten…
Op de lange lest raakte hij het doel, eten om te kunnen leven, kwijt, en ging hij leven om te eten.
 
Een korte rekensom: vanaf een jaar of twee elke dag lezingen uit (kinder)bijbel bij het eten (tweemaal daags, maakt 730 keer per jaar, maal je leeftijd=heel veel verhalen). Tweemaal per week een kerkdienst (maal 52, maal je leeftijd=heel veel diensten), nog niet meegerekend de schoolvertellingen (5 maal per week, maal 40, maal 8 jaar basisonderwijs), bijbelstudieverenigingen, catechese, en dan vergeet ik nog de persoonlijke bijbelstudie. Dat is een heleboel borden eten.
 
Het eerste gevolg is dat we alsmaar dikker worden. We eten zelf heel veel, maar hoe vaak delen anderen mee in onze geestelijke overvloed?
Het tweede gevolg is, dat er steeds meer honger ontstaat, maar dat het eten steeds minder smaakt. Want wanneer raakt een tekst, een preek, een lied nog echt? Hoe vaak zijn we oprecht blij met de lezing aan tafel? Treedt er geen gewenning op, ontstaat er geen sleur? Klopt psalm 122 wel? We eten heel veel, maar daardoor smaakt het niet meer lekker, en dus ontstaat er leegte.
Tenslotte ontstaat er ook nog schuld, omdat er anderen zijn die niet eens een bijbel hebben. Die mensen zijn juist blij met één bladzijde!
Op de lange lest raken we ons doel, lezen* om te Leven, kwijt, en gaan we leven om te lezen. (*vul hier ook in: kerkgang, gebed, vereniging, enz.)
 
Samengevat en nog een kritische noot:
  • Eet ik niet teveel en wordt het niet eens tijd om uit te delen?
  • Eet ik uit gewoonte, of omdat ik honger heb? (psalm 42, ‘Ja, ik dorst naar God’?)
  • Hoe vaak is mijn eten fast-food? Neem ik nog de tijd voor God?
  • Voel ik mij trouwens schuldig t.o.v. mensen zonder eten?
  • Leef ik om te eten, of eet ik om te Leven?
 
De Bloemenkoning
 
Hoe ga jij om met muggen?

Dankzij het irritante gezoem rondom mijn hoofd en bij tijd en wijle tot in mijn oor kon ik de slaap niet vatten. Hevig ontdaan zocht ik onder mijn kussen naar een vergeten zakdoek. Mijn ogen knipperden tegen het juist ontstoken licht. Vervelend, omdat ik de oorzaak van mijn onrust wilde zien. Ik speurde de muren en het plafond langs, ontdekte de mug, en bewoog mijn hand langzaam in de goede richting. Eén snelle beweging. Plat. Een vlek op het behang, en ik gleed in een heerlijke rust.

Ging men zo niet om met een man als Jeremia? Hij staat bekend als een onheilsprofeet. Zijn boodschap was niet gewenst. Liever ging men te rade bij anderen die zeiden wat men wilde horen. Jeremia was irritant, zoals een mug in je oor. Ze sloten hem op, gaven hem wat klappen en susten hun geweten.

Wat te denken van Jezus? Als er iemand een mug is, is hij het wel. Waar ik blij ben met de dood van een mug, zijn er bij Hem mensen die zich tot ver na zijn dood aan Hem irriteren. Eerlijk is eerlijk: als ik een mug doodsla, en hij vliegt weer verder, vind ik dat ook zeer irritant. Maar hoe vaak gebeurt het dat en mens sterft, wordt begraven, en dan opstaat?

Dit vind ik humor van God: juist door deze irritante Mug zullen wij tot zijn rust ingaan (lees de brief aan de Hebreeën).

Dat zeurderige stemmetje van binnen, is dat niet jouw eigen mug die jou wakker schudt? Een gemeentelid dat jou op je zonde wijst, is dat niet God zelf die zich bedient van een mug?

Hoe ga jij om met muggen?

De bloemenkoning juni 2008
debloemenkoning@hotmail.com

Het dilemma van de drop en de pepermunt

Twee schalen zette ik die morgen op tafel, een met drop en een met pepermunt. Als ware gereformeerde zei ik: ‘je mag onbeperkt eten van de pepermunt, maar van de drop blijf je af.’ (We weten allemaal: pepermunt geeft verfrissing, drop brengt de dorst. En: wit is zuiver, zwart is dood.)

Die avond ging ik tellen. Daarna riep ik: ‘Adam, Eva, waar zijn jullie?’

Toen ik ging slapen vroeg ik me af: ‘waarom heb ik die drop daar neergezet?’

Antwoorden uit de gemeente zou ik graag publiceren bij deze column. Reageer naar debloemenkoning@hotmail.com

De Bloemenkoning apr 2008

Film

Stel dat een maniak met geel geverfde haren een film zou maken over onze groepering? Een mogelijk scenario:

Beeld 1: 12 heren, keurig in driedelig zwart, rond een tafel, heilig boek in drie delen (bijbel/kerkboek, aanvullende gezangen 1 en 2) voor zich, handen gevouwen luisterend. Kerkorde opengeslagen bij artikel 31, besprekend of het Opwekkingslied over de arend wel of niet toegestaan moet worden binnen de eredienst, of dat het beter voor votum of na zegen gezongen moet worden. En wat te doen met het instrumentaaltje tijdens de collecte?

Beeld 2: eredienst, lied zoveel, ‘Vader met geheven handen’ en ‘Vader vol van vrees en schaamte buigen wij voor U’ in combinatie met onze houding en psalm 150 i.c.m. ons orgel.

Beeld 3: ons diaconale denken om de nooddruftige mens - de collecte voor rente en aflossing. Het met de mond belijden van Maleachi 3, maar ondertussen? Weten we nog wat 10% is?

Dan is het gelukkig om te weten dat de maniak een karikatuur neerzet. Maar de maniak heeft natuurlijk wel een punt, al zijn we het niet met hem eens (idee: laten we ons schriftelijk in kranten en tijdschriften verweren en (sub)commissies in het leven roepen!).

Dan ben ik blij te weten dat in al de bovenstaande observaties één ding ontbreekt: de liefde. Ik heb geen gele haren en ik maak geen film, maar stel dat…

Beeld 1: 12 zorgzame heren die, biddend en tijd offerend, hun zorgen delen over de verschillende meningen over liedkeuze, en elkaar, maar bovenal God willen dienen. Zelfde geldt trouwens voor de muzikanten.

Beeld 2: een zaal vol mensen die vanuit de grond van hun hart God willen prijzen (zoom is in op wat gezichten). Ze zingen trouwens samen (totaalplaatje graag).

Beeld 3: de liefde in het geven voor Oekraïne, Tsjerobylkinderen, Driehoek, IDO, TU en kijk maar onder het kopje diaconie op de site voor de andere doelen. Alles wat gedaan wordt door al die vrijwilligers…

Laten we het goede behouden, en groeien daar waar nodig.

De Bloemenkoning apr 2008

Opdat ik rein voor U verschijn

De Bloemenkoning - mrt 08
Stil. Jarenlang ben ik stil geweest. Ik heb hier zelfs nog nooit gesproken. Geen woord kwam van mijn scherm. 

Tijd. Om een oude hobby af te stoffen. Als een oude trein weer uit de doos, begin ik weer te schrijven.

Waarom? Om mezelf te ontlasten? Om u te verblijden met mijn ontlasting? De dominee zaait, de herders begieten, dus laat ik maar bemesten.

Jacobus zegt dat de tong is als het roer van een schip. Gezien het voorgaande moet ik mijn woorden beter wegen. Niet de vele woorden zijn juist, maar de juiste… Maar dat is een oud gereformeerd cliché.

Toch gebruikt God juist het onaanzienlijke. Net wat je niet verwacht. Jesaja heeft het al over een man van smarten. Ziekte was hem niet vreemd, door mensen was hij onbemind. Gehaat, veracht, bespot, gekruisigd. Daardoor gebruikt om het goede te brengen.

Vanuit de hemel daalde Hij af in ons riool. Om onze bagger op zich te nemen. Opdat ik rein voor Hem verschijn.

            Zie mij dan staan- besmeurd
            Door schaamte rood gekleurd
            Laat m’in Uw bloed gewassen zijn
            Opdat ik rein voor U verschijn

            Zie Jezus staan- besmeurd
            Door wonden rood gekleurd
            U droeg mijn zonden en mijn pijn
            Opdat ik rein voor U verschijn

Columns op Pauwenburg.nl

Op deze pagina treft u columns aan van de columnisten van Pauwenburg.nl. De columns van 'De Bloemenkoning' zijn van recente datum en treft u hieronder in het middenvenster aan. De columns van Erik Floers, Sofereth en VeniVidi zijn gedateerder en treft u in het rechter venster aan.

We wensen u veel leesplezier toe. Reacties kunt u sturen naar . Of naar de Bloemenkoning.

Er is een nieuwe columnist; de naam is koorddanser. Op deze pagina treft u de eerste column aan van de koorddanser onder de titel 'Het koord'. Bij het lezen van de column zult u merken dat deze columnist eigen beelden heeft gevormd bij een aantal gebeurtenissen in de Lichtbron. De columnist wil ons daarover laten nadenken en prikkelt de lezers. Wit u reageren? Dat kan. U wordt hartelijk uitgenodigd om uw mail te sturen naar